
Een voltooid zinkstuk dat al voor een gedeelte in het water is getrokken; erachter is al begonnen met de volgende
Zinkstukken zijn matten met een grote oppervlakte bedoeld om de oevers en bodems van rivieren en andere waters te beschermen tegen de eroserende werking van de stroming. Het maken van deze matten gebeurt al ruim een eeuw lang volgens (in grote lijnen) hetzelfde procédé. Nadat de oever is afgeschermd met zinkstukken, wordt er een laag basalt overheen gestort, zodat de bescherming jarenlang (soms zelfs meer dan 100) op z'n plaats blijft.
Doordat het zinkstuk de onderliggende bodem beschermt tegen het (sterk) stromende water, raken de bodem en oevers niet vervormd. Het basalt op zijn beurt zorgt ervoor dat het zinkstuk op zijn plaats blijft. Een aantal typische voorbeelden van situaties waarin vaak zinkstukken gebruikt worden, is bij de constructie van kribben in rivieren en aan de kust, bij het construeren van dammen en dijken door open water (zoals bijv. de Afsluitdijk) en bij het geschikt maken van een bepaald water voor (zware) scheepvaart.
Het voornaamste bestanddeel van een zinkstuk is (wilgen)hout en hiervan gefabriceerde wiepen. Een van de redenen hiervoor is dat vanuit het oogpunt van bescherming van het milieu een natuurlijk materiaal de voorkeur heeft. Maar natuurlijk heeft het hout ook een aantal andere eigenschappen, zoals buigzaamheid, stevigheid en vermogen tot drijven die van belang zijn bij het gehele proces van het vervaardigen en plaatsen (afzinken) van een zinkstuk. Voor een beschrijving van dit proces, zie
De constructie van zinkstukken.